Sebastiaan Kramer
Reflectie op de Buitenplaats

Dat de omgeving van Arnhem prachtig was hoorde ik mijn oma vroeger vaak genoeg zeggen. Als rasechte Amsterdammers gingen ze er met enige regelmaat op uit om van die omgeving te genieten. Ik kan mij nog vaag herinneren dat ik inderdaad met mijn opa en oma over de veluwe heb gefietst, ik kan mij niet herinneren dat ik echt onder de indruk was. Toen ik in Arnhem ging studeren kreeg ik ook maar weinig mee van de omgeving. Pas na mijn studie ben ik de omgeving gaan verkennen en nog altijd verwondert die mij. Zo ook vandaag...

Het is een prachtige lentedag, vanaf mijn huis rijd ik de Hommelseweg uit, tussen Burger’s Zoo en het Openluchtmuseum door de prachtige wijde wereld in. Het blijft mij verbazen dat je in een stad kunt wonen en met een paar minuten in de meest mooie natuur kan zijn. Ik rijd langs kazernes en zie jonge militairen op weg naar de bushalte. Het is vrijdag, ik neem aan dat ze het weekend thuis door zullen brengen. De militairen doen mij realiseren hoe weinig ik écht afweet van de oorlogsgeschiedenis van Arnhem en omgeving. Natuurlijk ken ik de verhalen van tv en uit boeken. Toch zijn die verhalen niet zo levendig als die uit Amsterdam. Het joodse perspectief en de verhalen van het verzet zijn mij door mijn grootouders en persoonlijke interesse wel bekend.

Ik sla af bij Buitenplaats Koningsweg. Over de buitenplaats weet ik dat het een Duitse kazerne was, veel meer weet ik er niet over. Wel ken ik het vanwege de kunstenaarsateliers die hier stonden en de herontwikkeling van het gebied. Het is een prachtig terrein waar ook nu nog druk wordt gebouwd en verbouwd en waar kinderen vrolijk buiten spelen. Ik word hartelijk, maar op gepaste Corona-afstand, ontvangen door Rieke Righolt. Na een kop koffie leidt ze mij rond bij ‘Machinery of Me’; de presentatie-instelling voor hedendaagse kunst die zij samen met Maarten Verweij beheert.

Na een eerste tentoonstelling van de kunstenaar Keiko Sato is daar nu de expositie ‘Night Hunt (Wilde Sau, Zahme Sau)’ te zien. Kunstenaar Laurence Aëgerter raakte geïnspireerd door de geschiedenis van de Buitenplaats Koningsweg en omgeving. Ze bezocht de buitenplaats meerdere keren en deed onderzoek naar die geschiedenis. Tijdens de tweede wereldoorlog maakte de buitenplaats deel uit van een vliegbasis van de Duitsers die in totaal bijna net zo groot was als Schiphol. Volledig verdekt en gecamoufleerd als zijnde boerderijen en schuren was dit een belangrijke vliegbasis tijdens de oorlog. Rieke vertelt mij vol passie over hoe Aëgerter zich liet inspireren door de Duitse vrouwen, de zogeheten ‘Blitzmädel’, die werkten op deze basis. Er blijkt tot op de dag van vandaag weinig bekend over waar zij vandaan kwamen en wie ze waren. In de voormalige machinekamer, die nu dient als tentoonstellingsruimte, hangt een prachtig geweven doek van zes bij viereneenhalve meter. Geïnspireerd door het werk dat de Blitzmädel hier verrichtten ontwikkelde de kunstenaar dit kleed in samenwerking met het Textielmuseum in Tilburg.

In de ruimte wordt gespeeld met licht, dat gaat zachtjes aan en dan weer uit en om de zoveel tijd worden schijnwerpers gericht op het doek. De gelaagdheid van het textiel wordt in elke fase van het licht goed zichtbaar. Het ene moment zie je in het kleed vol kleur, dan weer is een duidelijke, maar geabstraheerde versie van coördinaten te zien. Tegelijkertijd wordt een patroon zichtbaar dat in eerste instantie voor mij niet te definiëren is. Pas na de uitleg begrijp ik dat dit een afbeelding is van de bunker waar deze Blitzmädel gewerkt hebben. Het interieur van deze bunker werd, voor zover mogelijk, verwoest aan het einde van de oorlog door de Duitsers zelf om bewijs te verdoezelen. Spotlights bewegen langs de coördinaten en stoppen op een plek. Ook dat blijkt een referentie naar deze vrouwen. Hun taak was om vanaf een tribune in een donkere ruimte met schijnwerpers op een kaart aan te wijzen waar zich vijandelijke vliegtuigen bevonden. Het lijkt wellicht een wat lullige baan en dat is nu precies wat Aëgerter ook wil aanhalen. In hoeverre waren deze vrouwen zich ervan bewust dat hun taak er in werkelijkheid voor zorgde dat er op die plek mensen uit de lucht zouden worden geschoten?

In de volgende ruimte, een voormalige munitiekelder, zijn vier bedden te zien. Vier bedden met daaroverheen prachtig gebreide dekens. Een patchwork van aan elkaar gelinkte breisels, elk in een andere steek vervaardigd en in verschillende grijstinten. Wanneer ik door mijn oogharen kijk zie ik dat het oude luchtfoto’s zijn; luchtfoto’s van het ‘boerenerf’ dat eigenlijk een vliegbasis was. De bedden zijn aan elkaar verbonden met een rode draad, op ieder bed vormt de rode draad een Duitse naam. Fictieve namen, zo blijkt, want ook dit werk refereert aan de Blitzmädel waarover niemand écht wat lijkt te weten. Met dit werkt lijkt de kunstenaar deze dames voor de toeschouwer te willen vermenselijken. Ik moet toegeven dat ook ik de Duitse indringer uit het verleden nooit personificeer. ‘De Duitsers’ van toen blijven voor mij altijd in de abstractie hangen, om maar niet na te hoeven denken over het feit dat ook zij gewoon mensen waren. Aëgerter probeert die manier van kijken hier te doorbreken. Ze laat me nadenken over hen en hun menselijke trekken. Deze vrouwen sliepen, aten en bouwden wellicht een vriendschapsband band op met elkaar.

Zoals kunst altijd eerst goed tot mij moet doordringen, zo begint het werk van Aëgerter nu ook langzaam op mij in te spelen. Ik realiseer mij hoe erg ik heb willen voorkomen de Duitsers van toen te zien als mensen. Mijn (andere) oma krijgt nog tot op de dag van vandaag de rillingen over haar lijf als ze de Duitse taal hoort en heeft nog nooit een voet over de grens gezet. Zelfs toen ik in Berlijn ging wonen verzekerde zij mij dat ze mij daar nooit zou komen opzoeken. De moord op haar ouders en familie blijft voor haar onlosmakelijk met Duitsland verbonden. Ik dacht dat ik dat niet zou hebben, naar de ‘Duitsers van nu’ koester ik als derde generatie oorlogsslachtoffer geen enkele wrok. De twee werken van Aëgerter, in combinatie met deze locatie, doen mij toch beseffen dat ook ik het verleden niet helemaal toe wil laten. Beide werken vragen de toeschouwer even in de huid te kruipen van de Blitzmädel. Ik merk dat mij dat maar met moeite lukt. Meer dan ik van te voren had gedacht is dit een confrontatie met mijzelf, met mijn verleden en met de plek waar ik nu woon. Die confrontatie komt misschien nog wel harder aan omdat textiel is gebruikt als medium, een materiaal waarmee ik dagelijks in aanraking kom en omdat het werk zo'n hoge esthetische waarde heeft. Esthetiek weet mijn hart altijd het beste te raken.

Pas op mijn weg terug naar huis begin ik te beseffen wat ik net heb gezien. Ik ben blij dat ik dit heb gezien, blij mijzelf zo weer wat beter te leren kennen. Ik ben ook blij om te zien dat het nu niet is zoals toen en ik kan genieten van de natuur waar ik doorheen rijd op de terugweg. Wat is kunst toch een mooi middel voor reflectie.

 

Over Sebastiaan Kramer
Sebastiaan Kramer (34) is algemeen directeur van het modelabel Hul le Kes. Samen met Sjaak Hullekes studeerde hij af aan ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Sinds hun afstuderen delen Sjaak en Sebastiaan zowel werk als privé samen. Hoewel Sebastiaan zijn carrière startte als modeontwerper houdt hij zich tegenwoordig bezig met het management van het bedrijf. Hij studeerde bedrijfskunde waar hij zich focuste op niet-Westerse en alternatieve manieren van management. Naast zijn werk bij Hul le Kes is hij ook directeur van Studio RYN, artistiek directeur van het Fashion + Design Festival Arnhem en artistiek programmaleider van de proeftuin Duurzame Mode 025.


200306 177

Blitzmädchen, detail (2020) – Laurence Aëgerter – foto: Peter Cox

overzicht